tetterettet

Bach-Haydn-Brahms

Of het nu om de muziek van Bach, Haydn of Brahms gaat, voor Ton Koopman is het dankbaar materiaal voor het uitdragen van zijn filosofie. Noem het zijn credo: de noodzaak van het zorgvuldig, verantwoord maar ondogmatisch spelen van prachtige muziek op de mooist mogelijke maar vrije manier. 

Ton Koopman deinst er niet voor terug de Berliner Philharmoniker, grossier in Mahlers en Wagners, te temmen voor meer dan acceptabele uitvoeringen van oudere meesters. Zoals in januari 2010, toen daar Haydns Symfonie 98 op de lessenaars stond. En in 2018 voerde hij met zijn eigen koor en een Chinees orkest in Shanghai Haydns Jahreszeiten uit, en ‘omdat we er toch waren’ klonken daar ook Bachmotetten. ‘Dat gaat in China niet zomaar, omdat dit natuurlijk uitgesproken christelijke muziek is, de autoriteiten moeten daar speciale toestemming voor verlenen.’ Omdat hij de motetten combineerde met de Brahms’ Zigeunerlieder mocht het toch. Herinneringen als deze brachten Koopman op het idee deze beide werken bijeen te brengen in zijn verjaardagsconcert, samen met Bachs wereldlijke cantate Auf, schmetternde Töne der muntern Trompeten.

Johann Sebastian Bach
Ook al niet toevallig, want deze cantate verwijst rechtstreeks naar Leipzig, de Stad van Johann Sebastian, waar de toen vijftigjarige componist een haast onvoorstelbaar himmelhoch jauchzende loftuiting componeerde ter viering van de naamdag van de Saksische keurvorst Augustus III. Hij liet een nieuwe tekst schrijven op muziek die hij negen jaar eerder componeerde, het Dramma per Musica Vereinigte Zwietracht der wechselnden Saiten; nu schreef hij alleen nieuwe muziek voor drie recitatieven. Wel voorzag Bach in een riante instrumentale bezetting van drie trompetten, pauken, drie hobo's, twee fluiten, strijkers en continuo, groter dan die van de meeste van zijn cantates. Hij was destijds nauw verbonden aan de Universiteit van Leipzig, voor academische vieringen schreef hij talrijke Berufungs-, Geburtstags-, Namenstags- und Trauermusiken die nu bekend staan onder de verzamelnaam Festmusiken zu Leipziger Universitätsfeiern - de cantate Auf, schmetternde Töne is er een van. En inderdaad, de handschriften worden bewaard in het Bach-Archif Leipzig waarvan Ton Koopman nu de voorzitter is.

Joseph Haydn
Parodieerde Bach gewoonlijk zichzelf, Joseph Haydn refereert in zijn Symfonie 98 uit 1792 nadrukkelijk aan de Kroningsmis en de Symfonie nr. 41 van zijn in december 1791 overleden collega en vriend Wolfgang Amadeus Mozart. Ton Koopman is weliswaar een rekkelijke estheet, maar voor zijn Amsterdam Baroque Orquestra and Choir bakent hij het repertoireterrein gewoonlijk streng af: van begin zeventiende tot eind achttiende eeuw, tweehonderd jaar muziek met die van Bach als onovertrefbaar hoogtepunt en die van Mozart en Haydn als onverbiddelijk eindpunt. Nummer 98 is Haydns laatste symfonie, de inmiddels zestigjarige componist was toen al niet meer in staat zelf uitvoerig te soleren aan het klavecimbel. In dit werk componeerde hij niettemin twaalf maten voor zichzelf, waarbij hij opvallend en aandoenlijk genoeg het kloeke tempo terugnam naar een tijdelijk allegro moderato. Die solo is ditmaal voor Koopman. En wat dat repertoireterrein betreft, met deze Haydn-symfonie houdt hij zich stipt aan zijn eigen tijdslimiet. Maar ja, die Brahms.

Johannes Brahms
De laat negentiende-eeuwer Johannes Brahms staat vooral te boek als componist van Beethoveniaans doorwrochte symfonieën en kamermuzieken. Minder bekend is het, dat Brahms zijn jongere collega Felix Mendelssohn voorging in de bewondering voor en grondige bestudering van de muziek van Johann Sebastian Bach; met name diens klaviermuziek had Brahms’ belangstelling. Hij verdiepte zich grondig in musicologische kwesties rond oude muziek in het algemeen (Schütz, Gabrieli), ontwikkelde zich tot een gerenommeerd Bach-expert en bracht diens muziek opnieuw onder de aandacht van het publiek. Als koordirigent aan de Wiener Singakademie en de Wiener Gesellschaftskonzerte presenteerde Brahms grote werken uit de barok, waaronder die van Händel en Bach. Wat Ton Koopman betreft: dat schept een band. Maar, met alle respect, de visie op Bach is in de loop van anderhalve eeuw aanzienlijk verrijkt, gepreciseerd en herzien, dus met betrekking tot de uitvoering van Bach gaat Koopman liever bij zichzelf te rade. 

A la zingarese
Wat Koopman eveneens aan Brahms fascineert, is diens liefde voor de muziek van het volk. Brahms kwam ermee in aanraking dankzij de Hongaarse violist Eduard Reményi die hij in 1850 ontmoette en met wie hij sindsdien concerten gaf. Reményi demonstreerde Brahms het spelen à la zingarese, op de manier van de Roma's, met onregelmatige ritmes en het rubato in het ensemblespel. Zoals Koopman eerder de Chinezen in Shanghai verleidde tot het luisteren naar Bachmotetten middels de Zigeunerlieder, zo verrast hij ditmaal zijn oude muziek-publiek met uitbundig frivole zigeunermuziek, een verzameling hartstochtelijke liefdesliedjes die sprankelen van levenslust met hier en daar een traan: ‘Hé, zigeuner, bespeel de snaren! Speel het lied van het ontrouwe meisje! Laat de snaren huilen, klagen, treurig en bang, tot deze wangen nat zijn van hete tranen!’

DRIE MAAL HOERA | TON KOOPMAN AB ORCHESTRA | AB CHOIR | MUSICI |